woensdag 15 februari 2012

Raakvlakken in een bosgezicht van Gust van de Wall Perné en Piet Mondriaan

Gust van de Wall Perné, Boslandschap, z.j. Particuliere collectie

Gastblog van Wietse Coppes - assistent-conservator De Stijl archieven en collecties RKD (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie) Den Haag

Als assistent-conservator van de De Stijl archieven en collecties van het RKD houd ik mij zowat dagelijks bezig met het leven en werk van Piet Mondriaan. Het is dan ook niet vreemd dat mijn aandacht bij de Van de Wall Perné tentoonstelling in CODA met name is gericht op de raakvlakken met het werk van Mondriaan.
Sint Lucas
Beiden waren actief in het Amsterdamse kunstenaars milieu van net na de vorige eeuwwisseling. Hoewel er geen brieven bewaard zijn gebleven die hun vriendschap documenteren, zijn er wel enkele foto's overgeleverd van de legendarische feesten van de kunstenaarsvereniging Sint Lucas, waarop zowel Van de Wall Perné als Mondriaan zijn te ontwaren. Sint Lucas speelde in het leven van beide kunstenaars een belangrijke rol. Mondriaan was omstreeks 1905 enige tijd archivaris van de vereniging en werd in die hoedanigheid opgevolgd door de vijf jaar jongere Van de Wall Perné.
In deze periode woonde en werkte Mondriaan op de zolderverdieping van het Rembrandtplein nummer 10, het adres waar ook de kunstenaarsvereniging Sint Lucas was gevestigd. Mondriaan zal dan ook een vaste gast zijn geweest op openingen en bij andere verenigingsactiviteiten. Een vereniging is de plek bij uitstek waar kunstenaars met elkaar in debat kunnen gaan over materiaal, techniek, onderwerp en uitvoering van hun stukken. Ook Mondriaan en Van de Wall Perné zullen regelmatig gesprekken hebben gevoerd over hun motieven en hoe ze deze het beste konden weergeven, misschien zelfs wel tot diep in de nacht op het zolderatelier van Mondriaan.

Bosgezicht van Van de Wall Perné
Al dwalende door de – fraai vormgegeven – tentoonstelling valt mijn oog op Van de Wall Perné's Bosgezicht van ca. 1906. Het doet mij ogenblikkelijk denken aan Mondriaans schilderij Bos bij Oele uit de collectie van het Gemeentemuseum Den Haag, dat wordt gedateerd in 1908. Beide schilderijen hebben exact hetzelfde onderwerp: een beeldvullend boslandschap met licht dat van achteren door de bomen schijnt. Het lijkt erop dat de werken zijn ontstaan tijdens een zonsondergang of zonsopkomst, wanneer het licht haar maximale mysticiteit bereikt. Het is van Mondriaan bekend dat hij graag schilderde gedurende deze uren, omdat de details in het landschap dan vervagen ten faveure van het grotere geheel; de algehele compositie. De details zouden maar afleiden van waar het hem echt om ging: het overbrengen van een ervaring.
Ondanks de gelijkenis in onderwerp, verschilt de uitvoering van de werken sterk van elkaar. Van de Wall Perné lijkt zich te hebben opgesteld te midden van de bomen en schildert het mystieke licht dat door het dichtbegroeide bos zichtbaar is aan de horizon. Hij bouwde de compositie doordacht op, door de streep licht aan de horizon te benadrukken middels het gebruik van gesublimeerde, matte tinten loodwit. Het doet ons verlangen naar de majestueuze zonsondergang, die zich aan de rand van het bos voltrekt. De kruinen van de verste bomen schilderde hij als een tweede horizon, waarboven het licht weer ruimte krijgt om door te dringen tot de kijker. Meer diffuus op deze plek, zodat de aandacht niet te veel wordt afgeleid van de zonsondergang aan de horizon. Boven deze tweede strook met licht schilderde Van de Wall Perné de kruinen van de bomen die zich het dichtste bij de beschouwer bevinden, waarmee hij het beeldvlak aan de bovenzijde afsluit. De zich herhalende verticale boomstammen geven het werk ritme. De verste rand van het bosperceel loopt van rechts naar links af en zorgt ervoor dat de beschouwer bij de les blijft. Deze beweging wordt voor in het beeldvlak herhaald in de begroeiing van de grond aan de voet van de voorste bomen.

Piet Mondriaan, Bos bij Oele, 1908. Collectie Gemeentemuseum Den Haag
Bos bij Oele
Het kleurgebruik van Van de Wall Perné blijft dicht bij de veronderstelde realiteit. Hij drukt de ervaring van de ondergaande zon in het bos uit door middel van de compositie en door het slimme gebruik van licht donker effecten. Hoe anders is dit in Mondriaans schilderij Bos bij Oele.
Ten eerste zijn er (geringe) verschillen in compositie waarneembaar, tussen de bosgezichten van Van de Wall Perné en Mondriaan. Zo stelde de laatste zich niet op te midden van de bomen, maar koos hij voor een standpunt iets verder weg, aan de overkant van een plas dat hem lijkt te scheiden van de boszoom. Hij creëert hiermee een afstand tot de voorste bomen, die hij zacht laat weerspiegelen in het water, een geliefd thema in het vroege werk van Mondriaan. Bovendien gebruikt hij deze 'aanloop' tot de bosrand om een horizontaal accent aan te brengen dat sterk contrasteert met de sterk aanwezige verticaliteit van de bomen daarboven. De aflopende horizon bij Van de Wall Perné is door Mondriaan ingeruild voor een opvallende geaccidenteerde overgang van land naar lucht. Beide kunstenaars passen deze truc toe om dynamiek in de compositie te brengen. Hoewel Mondriaan net als Van de Wall Perné de strook met het meest heldere licht precies boven de horizon schilderde, krijgt dit bij hem niet de meeste nadruk. Het licht aan de horizon – dat is opgezet in verticale penseelstreken van haast zuiver cadmiumgeel – is slechts een element in een compositie die voornamelijk bestaat uit horizontale en verticale penseelstreken van intense kleuren. Het onderwerp is totaal ondergeschikt gemaakt aan de uitvoering. Dit is het grote verschil tussen de hier besproken schilderijen.
Mondriaan voegde met zijn gebruik van roze, blauwe, paarse, gele, oranje, bruine, groene en rode penseelstreken een extra dimensie toe aan het schilderij. De realiteit maakt plaats voor een superrealiteit, waarin onderwerp en kleur samensmelten tot een nieuwe, haast abstracte eenheid. Het was zijn meest radicale schilderij tot dan toe en een van de eersten die hij presenteerde in een naar binnen vallende witte lijst. Deze lijst benadrukte nogmaals dat het hier niet ging om het nabootsen van de natuur, maar puur om de schilderkunst. Ceci n´est pas une fôret. Het schilderij was niet langer een raam op wereld, waardoor men naar een boslandschap keek, maar een autonome entiteit dat als kunstwerk kon bestaan zonder daarbij te hoeven refereren aan de waarneembare, ons omringende werkelijkheid. Verf was voor Mondriaan het uitdrukkingsmiddel om emoties en ervaringen op te roepen en te delen. Als kunstenaar was hij hiermee omstreeks 1908 verder dan Van de Wall Perné, die echter ook vijf jaar jonger was dan Mondriaan.


Tot slot
Door zijn vroegtijdige overlijden op 34-jarige leeftijd blijft het gissen tot welke grootse daden Van de Wall Perné wellicht in staat zou zijn geweest als hij zich was blijven ontwikkelen. Op het moment dat hij overlijdt aan loodvergiftiging (nota bene!) treft Mondriaan de laatste voorbereidingen voor zijn vertrek naar wat op dat moment de wereldhoofdstad van de kunst genoemd mag worden: Parijs. Behoudens een noodgedwongen ballingschap gedurende de eerste wereldoorlog zou Mondriaan niet meer terugkeren naar Nederland. De reis die uiteindelijk zou leiden naar wereldfaam begint voor hem op 20 december 1911 als hij zich uitschrijft  bij de gemeente Amsterdam. Slechts 7 dagen later overlijdt Gust van de Wall Perné in diezelfde stad om vervolgens in vergetelheid te raken. Dankzij Annemiek Rens is er nu bij CODA de gelegenheid om de vele kanten van deze onterecht 'vergeten' kunstenaar te herontdekken. Dit kan nog tot en met 26 februari...